11 Nov 2007 16:14 - Thailand
Na 12 uur op een vliegtuig en een korte stop in de Arabische woestijn kwamen we zo meurg als twee preien aan op de luchthaven van Bangkok. De instructies waren om een taxi te nemen naar Khao San Road waar we Evelien en Koen zouden ontmoeten. Toen we de aankomsthal binnengingen, zeiden we nog voor de grap tegen elkaar dat het leuk zou zijn moest er iemand ons opwachten. Net op hetzelfde moment zagen we tussen de bedaarde spleetoogjes twee overenthousiaste westerlingen die ons met hun felblauwe paraplu’s toezwaaiden. We moesten even in onze vermoeide ogen wrijven, maar het papier met ‘SJOEKES’ op was duidelijk: na vier maanden zagen we Evelien en Koen terug.
Toen we met z’n vieren onderhandelden voor een taxi naar het centrum van Bangkok werd het duidelijk dat de sjoekes al een tijdje in Azië vertoefden: no way dat die chauffeur ons in ’t zak zou zetten! De rest van de avond en de volgende dag toonden Koen en Evelien ons als professionele gidsen hun favoriete plekjes van Bangkok, zoals de goedkoopste en beste vegetariër van de stad en de Chatuchak-markt, waar je alles kan kopen van gegrilde rupsen tot konijntjes in barbiejurken.
Na twee (korte) nachten vertrokken we met z’n vieren naar onze volgende bestemming: Siem Reap. Het begon met een onaangename ontmoeting tussen Evelien en het speeksel van onze taxichauffeur die ons probeerde wijs te maken dat de meter nog bleef lopen toen we al gearriveerd waren aan het busstation. Daarna reden we met de bus door het ontwakende Thaise platteland. De bus zette ons af in Aranya Prathet, op enkele kilometers van de Cambodjaanse grens. Daar namen we, opnieuw na lang onderhandelen, twee tuktuks tot aan de douane. Eerst uitchecken uit Thailand, om 50 meter verder in te checken in Poipet, Cambodja. Ondanks alle aanlokkelijke of verdachte aanbiedingen, besloten we ons toch maar een ‘officieel’ visum aan te schaffen. 20 dollar voor een toeristenvisum, stond te lezen op een bordje. ‘Daar moet je 5 uur op wachten’, deelde de eerlijke ambtenaar ons mee, ‘maar voor 25 dollar geven we jullie een expressvisum’. Aangezien we de avond niet in Poipet wilden doorbrengen, konden we niet anders dan de arme douanier een beetje rijker te maken. Maar de echte oplichters moesten nog komen. Het was een hachelijke onderneming om in Poipet voor een schappelijke prijs een pickup-rit te verkrijgen die dezelfde middag nog wilde vertrekken, maar dankzij de gedrevenheid van Evelien en de koelbloedigheid van Koen is het ons toch gelukt. Twee uur lang probeerden we om, samen met onze 11 medepassagiers, niet uit de laadbak van twee op twee meter gekatapulteerd te worden. De weg tussen de grens en Siem Reap is immers in zeer slechte staat, dankzij het smeergeld van Bangkok Air (dat het monopolie heeft op de vluchten tussen Thailand en Siem Reap). We stapten af in Sisophon, waar we opgewacht werden door de plaatselijke maffia. Na veel Aziatisch onderhandelen vonden we uiteindelijk een taxi die ons tot Siem Reap wilde brengen. Terwijl hij slalomde tussen de kuilen leerde Sith, onze chauffeur, ons de geheimen van de Cambodjaanse toeristenmaffia en onze eerste woordjes Khmer (no sugar, no water, no ice, no garlic… ). Net wanneer we dachten dat er niets meer mis kon gaan, bleek de laatste brug die ons scheidde van Siem Reap ingestort te zijn. Gelukkig vond Sith een andere weg. De was echter in een nog slechtere staat, zodat hij bij elke put een klein schietgebedje moest doen (“can go, can go, can go!”) om erover te geraken. De weg was echter prachtig, doorheen authentieke dorpjes in de ondergaande zon.
Siem Reap is een klein stadje dat razendsnel groeit dankzij de 2 miljoen toeristen die jaarlijks de tempels van Angkor bezoeken. Het is dan ook echt de moeite. Angkor Wat is het grootste religieuze gebouw ter wereld en enorm indrukwekkend. Nog mooier zijn de kleinere tempels rond Angkor Wat die uit het oerwoud lijken op te rijzen en waar de wortels van de bomen en de gegraveerde muren voor prachtige fotomomenten zorgen. In Siem Reap genoten we verder van lekker Cambodjaans eten, juicekes en Thaise massages. Ons onderkomen, Royal Guesthouse, leek aanvankelijk zijn 12 dollar/nacht meer dan waard, tot we ontdekten dat de huisbaas van zodra we buitengingen, de elektriciteit afsloot. We vonden het al vreemd dat onze kamer niet koel bleef, ook al hadden we de airco laten draaien. Zelfs Evelien, die hem wijsmaakte dat ze aan diabetes leed en dat haar kamer voor haar medicijnen koel moest blijven, slaagde er niet in hem te overtuigen. In Siem Reap zijn de Cambodjanen soms zeer geslepen, om de toeristen toch zoveel mogelijk uit te persen. Zelfs Koen verloor zijn geduld toen een nerveuze Khmer ons wilde verhinderen naar de wc te gaan en het dubbele van de prijs vroeg—ondanks het feit dat Evelien hem wijsmaakte dat Annelien zwanger was—, met een beetje vandalisme tot gevolg.
Na enkele dagen tussen tempels en monniken vertoefd te hebben namen we de bus richting Phnom Penh (of zoals die aardige Vlaamse toerist zei, “Pom Pen”). De Cambodjaanse hoofdstad is een kleine maar drukke stad, met meer brommers en tuktuks dan gebouwen. Een ritje op zo’n ding is dan ook altijd een beetje je leven wagen. Om op onze korte reis eventjes van luxe te genieten, kozen we voor het Cambodiana hotel, terwijl de sjoekes honderd meter verder voor 8 dollar/nacht in Okay Guesthouse verbleven. (Na enkele griezelige berichten van twee toeristen die er op korte tijd het leven lieten, wordt het binnenkort misschien omgedoopt tot “K.O. Guesthouse”?). In Phnom Penh maakten we ook kennis met de schaduwzijde van de Cambodjaanse geschiedenis. De Tuol Sleng-gevangenis en de Killing Fields getuigen van de 2 miljoen doden die de Rode Khmer in amper vier jaar tijd achterlieten. Elke Cambodjaan ouder dan 30 heeft wel een of meerdere trauma’s uit die periode. Koen, die er al eens geweest was, ontpopte zich nogmaals als tourguide. Toen Evelien, die graag alles weet en dus veel vragen stelt, vroeg of hij op zijn vorige reis ook zoveel wist, zei hij: “Nee, toen was ik de Evelien van de groep”.
Phnom Penh was ook de plaats van het afscheid. Na tien dagen moesten we de sjoekes opnieuw voor enkele maanden vaarwel zeggen. Dat deden we uiteraard niet zonder een paar cadeautjes om hen te bedanken voor al hun goede zorgen. Voor ons wacht nu weer het grauwe België, terwijl zij (de chançards!) nog 8 maanden door Azië mogen reizen… Het ga jullie goed, Koen en Evelien!
Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist
Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer